Stéphanie Colella
Partner
stephanie.colella@cew-law.be
+32 (0) 2 542 02 65
Droit économique et du commerceDroit immobilier
Droit immobilier
Daar waar in Vlaanderen reeds een renovatieverplichting geldt voor niet-residentiële gebouwen sinds 2022 en voor residentiële gebouwen sinds 1 januari 2023, bestond een dergelijke renovatieverplichting nog niet in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Hierin kwam echter recent verandering. Bij ordonnantie van 7 maart 2024 tot wijziging van de ordonnantie van 2 mei 2013 houdende het Brussels Wetboek van Lucht, Klimaat en Energiebeheersing met het oog op de implementatie van de strategie voor renovatie van gebouwen wordt immers een renovatieverplichting ingevoerd voor zowel residentiële als niet-residentiële gebouwen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Deze wetgevende interventie kadert in de Renovatiestrategie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, Renolution genaamd.
Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest was immers tot de vaststelling gekomen dat de Brusselse gebouwen verantwoordelijk zijn voor meer dan 50% van de Brusselse broeikasgasemissies en dat het opleggen van een renovatieverplichting een antwoord zal bieden op de klimaatuitdaging.
Hoewel de datum van de inwerkingtreding van bepaalde bepalingen van de ordonnantie, en dus ook van de verplichtingen die hierin vervat zijn, nog niet vastliggen, kunnen er toch al drie belangrijke verplichtingen en deadlines onderscheiden worden.
Vooreerst voorziet de ordonnantie dat binnen de 5 jaar vanaf de inwerkingtreding van de ordonnantie elk gebouw verplicht over een EPB-certificaat zal dienen te beschikken. Voordien was het beschikken over een EPB-certificaat enkel verplicht in het kader van een verkoop of verhuur.
Ten tweede voorziet de ordonnantie dat binnen de 10 jaar vanaf de inwerkingtreding van de ordonnantie de residentiële gebouwen per jaar niet meer dan 275 kWh per vierkante meter zullen mogen verbruiken. Dit komt er de facto op neer dat residentiële gebouwen met een EPB-label F en G na verloop van bovenvermelde termijn niet langer toegestaan zullen zijn. Naar schatting zullen 250.000 residentiële gebouwen aan deze renovatieverplichting onderworpen zijn.
Ten derde voorziet de ordonnantie dat binnen de 20 jaar vanaf de inwerkingtreding van de ordonnantie de residentiële gebouwen per jaar niet meer dan 150 kWh per vierkante meter zullen mogen verbruiken. Dit komt er de facto op neer dat residentiële gebouwen met een EPB-label D en E na verloop van bovenvermelde termijn niet langer toegestaan zullen zijn. Naar schatting zullen nog eens 500.000 residentiële gebouwen aan deze renovatieverplichting onderworpen zijn.
De ordonnantie voorziet nog niet aan welke EPB-eisen de niet-residentiële gebouwen zullen dienen te voldoen, maar stelt dat het aan de Brusselse Regering zal toekomen om de toepasselijke EPB-eisen te bepalen. De termijn waarbinnen de nog te bepalen EPB-eisen zullen dienen vervuld te worden voor niet-residentiële gebouwen, zijn echter wel al vastgelegd in de ordonnantie, met name binnen de 10 en 20 vanaf de inwerkingtreding van de ordonnantie.
Een interessant weetje is dat Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een ander systeem van EPB-label gebruiken en dat bijvoorbeeld een EPB-label D in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heel anders (lees : veel strenger) is dan een EPB-label D in Vlaanderen. Een ander groot verschil tussen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en Vlaanderen is dat de renovatieverplichting in Vlaanderen thans enkel van toepassing in het kader van een verkoop, terwijl de renovatieverplichting in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest aan iedereen wordt opgelegd.
Bovenvermelde renovatieverplichtingen zullen ook bijzondere gevolgen hebben voor de mede-eigendommen, daar de ordonnantie hiervoor in een bijzondere regeling voorziet. Zo zal de vereniging van mede-eigenaars een EPB-deskundige dienen aan te stellen die een EPB-certificaat zal dienen op te stellen en de gegevens over bestaande EPB-certificaten zal dienen bij te werken. Vervolgens zal de EPB-deskundige een samenvattend rapport dienen op te stellen waarin ten minste aanbevelingen worden opgenomen over de renovatiewerkzaamheden die moeten worden uitgevoerd.
Indien de naleving van de verplichte EPB-eisen technisch, economisch of functioneel niet haalbaar is, zal een afwijking mogelijk zijn. De concrete invulling van deze afwijkingscriteria dient echter nog verder bepaald te worden.
Ten slotte voorziet de ordonnantie administratieve geldboetes, indien de renovatieverplichting niet wordt nageleefd.
Uit bovenvermelde uiteenzetting blijkt dat onder andere eigenaars en syndici bijzondere aandacht zullen dienen te schenken aan bovenvermelde renovatieverplichting alsook aan de termijnen waarbinnen deze renovatieverplichting zal dienen nageleefd te worden. Ook aannemers zullen hun steentje dienen bij te dragen, zowel door over de nodige kennis te beschikken om hun klanten bij te staan als door zich op zodanige wijze te organiseren om te kunnen antwoorden op wat ongetwijfeld een toenemende vraag aan renovatieprojecten zal zijn. Ten slotte zal er, zoals de Bouwunie ervoor pleit, ook een bijdrage dienen geleverd te worden door de overheid, in de vorm van premies en subsidies en soepelere vergunningsprocedures teneinde de vooropgestelde doelstellingen te kunnen halen.
De weg naar een klimaatneutraal Brussels Hoofdstedelijk Gewest tegen 2050 is hiermee definitief ingezet.